DementieBlogs.nl   -
Verhalen over mijn werk en leven

Marsmannetje

Het is mijn zesde dienst deze week en ik ben moe. Ik heb het ontzettend warm door de beschermende kleding die ik draag. Het zweet loopt over mijn rug. Het speciale mondkapje wat we nu moeten dragen, sluit de boel aardig af en heeft al een flinke afdruk op mijn gezicht gemaakt. De spatbril die ik op heb, zakt zo nu en dan wat naar beneden. Met mijn hand in een handschoen, schuif ik hem voorzichtig op zijn plek terug. Ik ben blij met de beschermende middelen die we tot onze beschikking hebben, maar voor onze bewoners zie ik er uit als een vreemd aangekleed marsmannetje.

Geduldig zit ik naast hem, terwijl hij hapje voor hapje, zijn avondmaaltijd probeert op te eten. Hij is positief getest op COVID-19, maar dit feit komt niet meer bij hem binnen. Hij is ver in gedachten verzonken. Bij elke hap of slok, probeer ik zijn aandacht weer te trekken en contact met hem te maken. Een paar seconden lang kan ik dit vasthouden, waarna ik aan zijn ogen zie dat hij weer weg zakt in zijn eigen wereld. De wereld van dementie.

Net als we bij de laatste slok thee zijn aangekomen, gaat het mis. Hij neemt de slok, zakt weer weg in gedachten en lijkt hierbij te vergeten dat hij de thee nog in zijn mond heeft. Hij verslikt zich enorm in deze laatste slok thee. Wat volgt is een verschrikking om te zien. Met zijn ogen wijd open gesperd, happend, hoestend, proestend en pruttelend, probeert hij adem te halen. Tranen rollen over zijn wangen. Ik probeer hem te helpen waar ik kan, om het ademhalen makkelijker te maken. Hem het gevoel te geven dat hij niet alleen is, tijdens dit beangstigende moment. Als hij het ergste achter de rug heeft, probeer ik hem te troosten. Met de tranen nog in de ogen, kijkt hij me uitgeput aan. Het heeft hem al zijn energie gekost. Ik wrijf over zijn rug, fluister geruststellende woorden en aai hem over zijn hoofd, als een moeder wat haar kind probeert te troosten. Mijn gehandschoende hand houdt hij stevig vast geklemd in zijn hand.

Nee, anderhalve meter afstand houden zit er niet in. Anderhalve meter afstand houden zit er nóóit bij ons in. Nabijheid, een gevoel van veiligheid en liefdevolle zorg, is wat op nummer één staat. Verkleed als vreemde marsmannetjes proberen we dit zo goed en kwaad als kan, te bieden aan deze kwetsbare doelgroep.

Onderstaande afbeelding kwam ik tegen op Facebook. Hij laat precies zien, wat ons als zorgmedewerkers definieert.

Maaike van Rossum